Algemene computerregels


Regels in de computerruimte

  1. We werken rustig.
  2. We eten of drinken niet.
  3. Indien er problemen zijn met een computer, vertel je dat tegen je juf of meester.
  4. Na toestemming van je juf of meester mag je bestanden en documenten afdrukken.
  5. Je juf of meester pakt de afdrukken uit de printer/kopieerapparaat.
  6. Internet is bedoeld voor het vervullen van schoolopdrachten.
  7. Nadat je de computer hebt gebruikt, meld je je af.
  8. De computer hoeft na afmelden niet te worden uitgezet. Alleen de laatste groep zet ’s middags de computer en het beeldscherm uit.
  9. We laten het computerlokaal netjes achter. Dat wil zeggen: de koptelefoon ligt op de kast, de muis ligt op de mat, het toetsenbord staat recht en de stoel is aangeschoven. Je persoonlijke spullen neem je mee terug naar de klas.
  10. Bij overtreden van de regels volgt een waarschuwing, bij herhaling een sanctie.
  11. De leerkracht van de groep controleert het computerlokaal na het gebruik.