Wil je thuis extra oefenen? Helemaal super! Bij elk vak kun je een paar oefeningen vinden. Succes!


LEZEN

Op http://www.neo4tx.nl/flits/ kunt u thuis het flitsen van woorden extra oefenen.
Wanneer u de groep en het niveau van uw kind heeft gekozen, hoeft u alleen nog een strategie aan te klikken en starten maar! 
De website biedt daarnaast nog de mogelijkheid het aantal woorden en de snelheid van het flitsen aan te passen.

Op welk niveau leest mijn kind?
Groep 4 leest momenteel op E4 en groep 5 op E5.

 
REKENEN

Op het moment zijn we druk aan het oefenen met de wijzer- en de cijferklok.

Wat moet groep 4 aan het einde van het schooljaar kennen?
- Alle tijden op de wijzerklok.
- Hele en halve uren op de cijferklok (zowel voor als na 12 uur 's middags).

Klok extra oefenen groep 4.

Wat moet groep 5 aan het einde van het schooljaar kennen?
- Alle tijden op de wijzerklok en cijferklok.
- Tijden op de cijferklok omzetten in tijden op de wijzerklok en omgekeerd.

Klok extra oefenen groep 5.

Ook is het oefenen van de tafels erg belangijk.
Groep 4 moet aan het einde van het schooljaar de tafels 1 t/m 5 en 10 kennen.
Groep 5 moet aan het einde van het schooljaar alle tafels kennen.

Tafels oefenen groep 4.
Tafels oefenen groep 5.

Tafels oefenen.

Tafel-spelletjes.


Liever aan de slag met automatiseren t/m 10 of 20?

Automatiseren online-klas.

Spelletjesplein: rekenen tot 10
Spelletjesplein: rekenen tot 20.
TAAL

groep 4
themawoorden (woordenschat)

lidwoorden
bijvoeglijke naamwoorden
zelfstandige naamwoorden
werkwoorden

verkleinwoorden1 - verkleinwoorden2 verkleinwoorden3

samengestelde woorden: oefening 1 - oefening 2 - oefening 3 - oefening 4 - oefening 5

groep 5
themawoorden (woordenschat)

lidwoorden1 - lidwoorden2
bijvoeglijke naamwoorden
zelfstandige naamwoorden
werkwoorden
woordsoorten oefenen (gemengd)

trappen van vergelijking

verkleinwoorden

 
SPELLING

groep 4
Thema 3
schrijf je een -ei- of een -ij-?
woorden met -ei- en -ij- flitsen.

Gebruik hiervoor het ei-verhaal als hulpmiddel:


schrijf je een -ng of -nk?
-ng of -nk? (luisteroefening)
-ng of -nk? (luisteroefening)

werkbladen -eer-/-oor-/-eur- (thuis printen)

Thema 2
een -v- of een -f-?
een -s- of een -z-?

groep 5
Thema 3
De weetwoorden met -ei- en -ij- worden herhaald. Zie thema 2.

schrijf je be-, ge- of ver-?

schrijf je -lijk of -ig?

Thema 2
een -ei- of een -ij-? 
ei of ij? (woorden flitsen)

Gebruik hiervoor het ei-verhaal als hulpmiddel:

schrijf je -cht- of -gt-?

-eeuw, -ieuw of uw? (luisteroefening)
-eeuw, -ieuw of uw? (luisteroefening)